Er wordt vooral gezwegen. En wie wil praten, fluistert. Wie toch geluid maakt, krijgt een nerveuze blik toegeworpen. De sfeer in de statige members club The Home House in Londen is vanavond op z’n best die van koffie en cake in een crematorium.

In de wachtruimte – lederen canapés, obers in driedelig zwart – werpt de ontmoeting met Madonna zijn schaduw vooruit. Interviewers uit heel Europa ijsbe­ren door het vertrek. Mummelend repeteren ze hun vragen voor de Queen of pop

Haar kroon mag dan iets minder glanzen dan in haar vroegere regeerperiode, haar status als het bekendste mondiale merk van de popmuziek staat nog fier overeind. Net als haar reputatie als ’s werelds onmogelijkste interviewkandidaat. Wie haar mag ondervragen – het laatste Nederlandse een-op-eeninterview dateert uit 2008 – treft steevast een gesprekspartner die sociale codes als ballast beschouwt tijdens een wedstrijdje verbaal worstelen.

Tien hele minuten zijn er vanavond ­– Madonna werkt bij voorkeur ’s avonds en ’s nachts – om de zangeres te bevragen over haar 14de studioalbum Madame X. Een album bijna net zo gevarieerd als de talloze gedaantes die Madonna in haar 36-jarige loopbaan heeft aangenomen. Van Colombiaanse reggaeton tot Jamaicaanse dancehall en van Kaapverdische Butaka tot een fragment uit het Noten­kraker­ballet.

 

Een album ook dat een herlancering betekent van Madonna als politiek activiste. Al zal ze straks op strenge toon doceren dat van ‘hernieuwde’ strijdbaarheid helemaal geen sprake is. “Ik ben nooit opgehouden. Toen ik in de jaren 80 voor de rechten van de homogemeenschap opkwam, was dat óók politiek.”

Een Amerikaanse pr-dame laat de verslaggever binnen in een aanpalende kamer en knikt naar een stoeltje tegenover een fauteuil waarop iemand met het hoofd op de leuning ligt. Het blijkt Madonna zelf. Een visagist brengt een verse poederlaag op haar voorhoofd aan. “Ga zitten. Ik rust intussen uit. Ik ben doodmoe van dat gepraat over mezelf,” klinkt het niet onvriendelijk vanaf de leuning.

Eenmaal rechtop is Madonna onmiskenbaar Madon­na. Haar blonde haar in een krul tegen het gelaat geplakt, sleufje tussen haar tanden en ondanks de tientallen zilveren kruizen om haar hals een ruim uitzicht op het beroemdste decolleté uit de popmuziek.

Schittert Madonna op sociale ­media tegenwoordig als strakgeretoucheerde ­versie van zichzelf, in levenden lijve is ze simpelweg een knappe vrouw. Vandaag gehuld in een zomer­jurk waarvan een modeverslaggever meteen de designer had kunnen raden. Ze draagt lange lede­ren handschoenen en geeft een minder stevige handdruk dan verwacht.

Madonna (Madonna Louise Ciccone, 1958) legde het fundament voor Madame X toen ze in 2017 in Lissabon woonde, samen met haar vier jongste kinderen. Reden voor de verhuizing was haar uit Malawi geadopteerde zoon David Banda (13), die werd ingelijfd door de jeugdvoetbalacademie van Benfica. Inmiddels is ze terug in Londen met haar dochter Mercy (13) en de tweeling Esterre en Stella (6), allen geboren in Malawi. Madonna’s oudste dochter Lourdes (23 ) en zoon Rocco (18) zijn het huis uit.

U was in Lissabon wat u eerder ‘een voetbalmoeder’ noemde. Maar u speelde ook met lokale muzikanten. Was u gelukkig daar?

“Zo zou ik het niet noemen, nee. Het was best eenzaam soms. Ik kende er niemand. Ik was een single mom met vier kinderen om voor te zorgen.”

Waarom ging u er dan wonen?

“Om mijn zoon de kans te geven profvoetballer te worden. Het leek me ook wel tijd voor een avontuur voor de Cicconeclan. Dus daar gingen we. Ik heb eerst goed onderzoek gedaan. Er zijn drie steden die goede voetbalacademies hebben. Barcelona en Turijn met Juventus waren de andere. Turijn leek me een heel intellectuele stad, minder plezierig voor kleine kinderen. Barcelona vond ik te veel een partyplek. Lissabon is kleiner, multicultureler ook. Daar zag ik ons sneller wennen.”

Uiteindelijk leidde jamsessies in lokale fadocafés tot de eerste liedjes voor wat Madame X zou worden. Behalve wereldmuziek is ook de wereldpolitiek nadrukkelijk vertegenwoordigd. Madonna neemt het op voor vrijwel elke denkbare verdrukte groep op Killers Who are Partying en brengt op Dark Ballet een ode aan Jeanne d’Arc.

(Tekst loopt door onder video)

Ook Batuka is politiek geladen. U gebruikt de metafoor van een naderende storm. Wat behelst die?

“Niets anders dan fascisme. Noem het extreemrechts, noem het ultraconservatief. Het is in elk geval eng. En het rukt steeds meer op. We moeten daar tegen opstaan.”

In hetzelfde lied gaat het over een oude man die wat u betreft de gevangenis ingaat.

“Dat is een metafoor voor verschillende politici. Ik kan een heel stel oude mannen opnoemen die achter tralies thuishoren.”

U had het niet over Donald Trump?

“Hij is er één van. Absoluut. Ik heb een fragment van de speech van een van de overlevers van de school shooting in Florida voor de song I Rise ­gebruikt. De wapenwetgeving in de VS moet echt veranderen. Ik kon niets anders dan er een liedje over schrijven.”

Het activisme lijkt weer helemaal terug in uw ­muziek.

Afgemeten: “Weer terug? Er is niets veranderd. Ook niet op politiek vlak, nee. Strijden voor mijn eigen rechten, mijn seksuele vrijheid als vrouw was ook erg politiek. Net als mijn werk voor de vrouwenemancipatie.”

Heeft de MeToo-beweging van uw werk geprofiteerd, denkt u?

“Dat denk ik wel, ja. Wat de MeToo-beweging zegt, vertel ik al mijn hele leven. Er zijn ongelijke machtsverhoudingen. Het is ontzettend belangrijk wat er nu op gang is gekomen.”

Was u verrast door de omvang?

“Toch wel, ja. Maar het is geweldig dat vrouwen nu eindelijk een stem hebben om dit te zeggen. Maar: we moeten verder, we moeten harder duwen. Vrouwen moeten ook gelijke kansen krijgen op de arbeidsmarkt, gelijke salarissen. Er is nog een lange weg te gaan.’

Een ander deel van uw activisme is wat u ‘ageism’ noemt.

“Het is een andere vloek van het vrouw zijn, ja. Je wordt geacht geen lol meer te hebben nadat je een bepaalde leeftijd hebt bereikt, heb ik gemerkt. Mijn leeftijd wordt tegenwoordig altijd in één adem genoemd met mijn naam, als een beperkende factor. Het is niets meer dan een nieuwe vorm van discriminatie en seksisme. Het leek wel een misdaad toen ik vorig jaar 60 werd. Die houding ga ik bevechten.”

We naderen het einde van ons gesprek. De pr-dame achter Madonna seint ‘laatste vraag’. Die zal dan over Madonna’s recente Songfestivaloptreden gaan. Haar show tijdens de finale in Tel Aviv zorgde zoals zo vaak voor rumoer. Dit keer niet vanwege de controversiële inhoud, maar omdat ze tijdens haar klassieker Like a Prayer vrijwel het hele lied vals zong. Op haar eigen YouTubekanaal plaatste de zangeres later een versie met recht­getrokken vocalen.

De kwaliteit van uw optreden werd ter discussie gesteld. Hoe beoordeelde u die zelf?

“Ik was er ontzettend blij mee. Ik heb precies gedaan wat ik bedacht had. Ik heb precies de show gegeven die ik had willen geven. En ik ben erg trots op de boodschap die ik heb overgebracht. Namelijk die van vrede tussen de Palestijnen en Israël (Twee van Madonna’s dansers droegen vlaggen op de rug, red.) Dáár was ik voor gekomen.”

Het interview zit erop. Nog een snelle vraag bij het afscheid dan.

Heeft u meegekregen wie het Songfestival heeft gewonnen?

“Zeker. Duncan. A Dutch dude. Net als jij.”

Kent u zijn liedje?

“Ik heb hem zien optreden nadat hij had gewonnen, ja. Hij heeft een goede stem. And he’s cute.”

Een handdruk. En dan heeft Madonna ineens nog zin in smalltalk. “Dus het Songfestival komt naar jouw land volgend jaar. Welke stad?”

Ik gok Rotterdam. Of waarschijnlijker: Amsterdam. Wilt u weer wil komen?

Voor het eerst is er een volle lach: “Ik denk dat ik deze keer even oversla. En daarbij: you don’t need any more trouble in Amsterdam.”

This interview appears in the Saturday edition of Het Parool