Madame X De nieuwe Madonna is gedurfd en ruimdenkend. Madame X plaatst persoonlijke thema’s in een veelkleurig, internationaal kader.
 

Madonna, Madame X

(verschijnt vrijdag 14 juni)

●●●●

  • Jan Vollaard

Het idee voor Madame X werd al geboren toen Madonna als 19-jarige in New York arriveerde, waar ze dansles nam aan de befaamde Martha Graham School. Het instituut, genoemd naar de invloedrijke danseres en choreografe, eiste van studenten dat ze de lessen volgden in voorgeschreven kleding. De rebelse Madonna hield zich niet aan de dresscode. Na enige discussie vond directrice Graham dat goed, mits Madonna zich onzichtbaar zou maken door elke dag een andere identiteit aan te nemen: „Van nu af noem ik je Madame X.”

Madonna (60) houdt vol dat die gebeurtenis een wending aan haar leven gaf die er voor zorgde dat ze constant vragen bleef stellen over haar persoonlijke, seksuele en culturele identiteit. In Lissabon, waar ze sinds 2017 woont omdat haar zoon David daar de voetbalopleiding van Benfica volgt, vond ze nieuwe muzikale inspiratie. Haar liefde voor Portugese fado en morna, de volksmuziek van Kaapverdië, bracht haar in contact met oude en jonge muzikanten. In de culturele smeltkroes van Lissabon kwam muziek uit Angola en Brazilië op haar pad.

Madonna kaatste ideeën heen en weer met producer Mirwais Ahmadzaï, die eerder met haar werkte op de albums Music (2000) en Confessions on a Dance Floor (2005). Daaruit ontstonden de contouren van Madame X, een album dat persoonlijke thema’s in een veelkleurig, internationaal kader plaatst.

Het meeste etnisch klinkt het nummer ‘Batuka’ waarin het vrouwenorkest Orquestra Batukadeiras de Kaapverdische roots inbrengt. Percussie en vraag- en antwoordzang zetten de toon in een nummer over onderdrukking en verlangen naar vrijheid, ingegeven door de Portugese slavenhandel. In ‘Faz Gostoso’ figureert de Braziliaanse zangeres Anitta.

Ingetogen

Een andere voorname bron van inspiratie is reggaeton in de nummers ‘Medellín’ en ‘Bitch I’m Loca’, met prominente inbreng van de Colombiaanse superster Maluma. Sinds het ontstaan van reggaeton in de jaren negentig maakt het op reggae, dancehall en hiphop geënte genre een fikse opmars en zet Maluma zijn geboortestad Medellín op de kaart als een plek waar niet alleen de drugshandel floreert. „We built a cartel just for love”, knipoogt Madonna naar de associatie met het drugskartel. ‘Bitch I’m Loca’ speelt schalks in op Maluma’s machoreputatie met de slotwoorden „You can put it inside.”

De sfeer op Madame X is voor Madonna-begrippen overwegend ingetogen, met gedoseerd gebruik van autotune en gastrollen voor rappers Quavo en Swae Lee in de reggae-popsong ‘Future’ en het smachtende ‘Crave’ „My cravings get dangerous”). Madonna identificeert zich met Jeanne d’Arc in het slepende ‘Dark Ballet’ waarin een computerstem de onderdrukkers van vrijdenkers tot de orde roept: „God is on my side.”

 

Een nonnenkoor en een discobeat in ‘God Control’ brengen samen waar het in Madonna’s muziek vaker om draait: de bevrijding van religieuze beperkingen en het recht om je seksualiteit en overtuigingen te beleven zoals je dat zelf wilt. „I bend my knees for you like a prayer”, refereert ze aan eigen werk in ‘Crazy’.

Op de trap beat van ‘Killers Who Are Partying’ behandelt ze andere hete hangijzers, na een fragment uit de speech van activiste Emma González, overlevende van de schietpartij op Douglas High School. „I will be gay if the gay are burned”, zingt ze, „I’ll be Islam if Islam is hated.”

Madonna als activiste, het is niet helemaal nieuw na de Israëlische en Palestijnse vlag die ze bij de uitzending van het Songfestival naar binnen wist te smokkelen. Belangrijker is dat Madame X haar weer fier in een positie plaatst van een artiest die zowel muzikaal als tekstueel iets in de melk te brokkelen heeft.

More at NRC

Thanks Babette!